Hoe dimbare LED verlichting werkt

Waarom werkt je dimmer wel met één lamp maar niet met vijf

Lars de Vries Lars de Vries
· · 8 min leestijd

Je kent het wel: je installeert een nieuwe dimmer in de woonkamer. Je test hem met één led-spot.

Inhoudsopgave
  1. De dimmer is een gevoelige jongen
  2. De valkuil van het totaalvermogen
  3. De kwaadaardige condensator
  4. De fasesnede: AC of DC?
  5. De kwaliteit van de lampen
  6. Hoe los je het op?
  7. De praktijktest
  8. Conclusie

Draaien maar, hij dimt heerlijk soepel van fel naar sfeervol. Top! Maar dan sluit je de andere vier lampen aan op hetzelfde schakelcircuit. Je draait weer aan de knop… en niets.

Of erger: de lampen knipperen, ze doen het niet, of de dimmer gaat op tilt en schakelt zichzelf uit.

Waarom doet je dimmer het wel met één lamp, maar niet met vijf? Het antwoord ligt niet in je stroomrekening, maar in de techniek achter de schakelaar en de lampen zelf. In dit artikel leggen we precies uit wat er gebeurt en hoe je dit simpel oplost, zonder dat je een elektricien hoeft te bellen.

De dimmer is een gevoelige jongen

Een dimmer is geen simpele aan-uit-schakelaar. Het is een elektronisch apparaatje dat de spanning op je lampen regelt.

De meeste moderne dimmers werken met een techniek die fase-aansnijding heet. Ze hakken als het ware stukjes van de elektrische golf af om de lamp minder licht te laten geven. Deze elektronica heeft een minimum- en maximumwaarde nodig om stabiel te werken.

Stel, je dimmer is ontworpen voor een totaal vermogen tussen de 10 en 400 watt. Wanneer je er één lamp op aansluit, zit je waarschijnlijk ruim binnen die marge (bijvoorbeeld een 7 watt led-lamp).

De dimmer heeft genoeg "tegenhoud" om zijn werk te doen. Wanneer je echter vijf lampen aansluit, verandert het totaalvermogen drastisch.

Hier komt de eerste valkuil om de hoek kijken: het wattage.

De valkuil van het totaalvermogen

Veel mensen denken: "Ik heb vijf led-lampen van elk 5 watt, dus totaal 25 watt.

Waarom te weinig wattage problemen geeft

Dat moet lukken." In theorie klopt dat, maar in de praktijk gaat het mis bij het minimum. Dimmers hebben een ondergrens. Stel, je dimmer heeft een minimum van 15 watt.

Je hebt één lamp van 7 watt. Vaak werkt dit nog, omdat de dimmer technisch gezien net genoeg belasting voelt om de electronica te voeden.

Sommige dimmers (zoals de goedkopere modellen van merken als Busch-Jaeger of Gira) hebben een minimumvermogen van 20 watt of meer.

Sluit je vijf lampen van 5 watt aan? Dan kom je op 25 watt. Dat klinkt als voldoende, maar de kwaliteit van de dimmer en de lampen bepaalt of dit stabiel is. Als de dimmer net onder zijn minimum zit, gaat hij knipperen of zichzelf uitschakelen ter bescherming. Echter, het probleem bij vijf lampen is vaak niet dat je te veel vermogen hebt (led-lampen verbruiken weinig), maar dat je te weinig vermogen hebt voor de som der delen, of dat de dimmer oververmogen aangeeft door specifieke fouten in de drivers van de lampen.

De kwaadaardige condensator

Hier wordt het technisch, maar blijf bij me. Led-lampen hebben een driver nodig om de spanning om te zetten.

In die driver zitten kleine condensatoren. Wanneer je één led-lamp dimt, laadt en ontladt deze condensator snel genoeg om de dimmer te "zien". De dimmer detecteert een belasting en doet zijn werk. Wanneer je vijf led-lampen op één dimmer zet, gebeurt er iets geks.

De drivers van de lampen kunnen elkaars werk verstoren. Ze veroorzaken storingen in de nuldoorgang van de stroom.

De dimmer "ziet" geen stabiele belasting meer, maar een wirwar van elektronische signalen.

Veel moderne led-lampen zijn "niet-dimmend" of matig dimbaar, ondanks dat er een dim-icoon op de verpakking staat. Wanneer je er vijf combineert, versterkt elke lamp de kleine foutjes van de ander. De dimmer raakt in de war en schakelt uit. Dit is een bekend probleem bij merken zoals Philips Hue (zonder bridge) of goedkope bouwmarkt-lampen wanneer ze in groepen worden geschakeld.

De fasesnede: AC of DC?

Er bestaan twee soorten dimmers: voor gloeilampen/halogeendimmers (AC) en voor led-dimmers (DC of fase-aansnijding). Als je een ouderwetse dimmer gebruikt op moderne led-lampen, dan merk je dat dimmen met led-lampen niet werkt; met één lamp gaat het soms toevallig goed, maar met vijf lampen mislukt het bijna altijd.

De reden is de inductieve en capacitieve belasting. Led-lampen zijn capacitief. Ze laden op en ontladen.

Een oude dimmer is gemaakt voor een weerstand (gloeilamp). Wanneer je vijf capacitieve belastingen (vijf lampen) combineert, ontstaat er een faseverschuiving die de dimmer niet aankan. De dimmer kan de lampen niet "volgen" en de schakeling slaat op hol.

Check dus altijd of jouw led-lamp compatibel is met de dimmer. Merken als Lutron, Philips (de Hue dimmer switch) of de dimmers van de Action (vaak van het huismerk) kunnen hier verschillend op reageren. Een dimmer die geschikt is voor 1 tot 10 lampen, is vaak beter dan een dimmer die maar 1 lamp aan kan, zelfs als het wattage hetzelfde is.

De kwaliteit van de lampen

Niet alle led-lampen zijn gelijk. Sommige lampen hebben een slechte driver die veel ruis produceert.

Wanneer je één slechte lamp aansluit, merk je daar weinig van. Maar zet je er vijf op een rij, dan wordt de ruis zo groot dat de dimmer de controle verliest. Dit is waarom het soms beter werkt om vijf lampen van hetzelfde type en merk te gebruiken. Als ze allemaal dezelfde driver-technologie hebben, kunnen ze elkaar beter "begrijpen". Meng je merken?

Dan kan de dimmer in de war raken door tegenstrijdige signalen. Denk aan merken als Ikea (Trådfri), Philips of Hue. Ze werken prima apart, maar als je ze mengt op een klassieke dimmer zonder een centrale sturing (zoals een domoticasysteem), kan de dimmer het begeven.

Hoe los je het op?

Je hoeft niet direct een nieuwe installatie aan te leggen. Er zijn een aantal simpele trucs om je dimmer weer stabiel te krijgen met vijf lampen.

1. Controleer de minimum- en maximumlast

Kijk op de verpakking van je dimmer. Wat is het minimale wattage? Staat er 5 watt op?

Dan is één lamp van 7 watt okay, maar vijf lampen van 3 watt (totaal 15 watt) is dat technisch ook, tenzij de dimmer heel gevoelig is.

2. Gebruik een nuldraad

Is het minimale wattage van de dimmer 20 watt, en heb je vijf lampen van 3 watt? Dan zit je op 15 watt en kom je er net onder. De dimmer zal knipperen of uitschakelen.

Oplossing: Verwijder één lamp. Als het met vier lampen wel werkt, weet je dat je net onder de minimumgrens zat.

3. Voeg een weerstand toe (de lastweerstand)

Of vervang de lampen door exemplaren met een iets hoger wattage. Veel moderne dimmers hebben een nuldraad nodig (een derde draad naast de fase en de schakeldraad).

Oudere dimmers werken zonder nuldraad (2-draads). Een dimmer zonder nuldraad is gevoeliger voor storingen, vooral bij meerdere lampen. Heb je een nieuw huis of een verbouwing? Zorg dat de dimmer een nuldraad krijgt.

4. Vervang de dimmer

Dit maakt de dimmer stabieler en beter geschikt voor groepen lampen. Dit klinkt ingewikkelder dan het is.

Soms is de belasting van led-lampen te laag voor de dimmer. Er bestaan zogenaamde "dummy loads" of lastweerstanden die je parallel kunt schakelen. Dit is een kleine weerstand die een beetje extra stroom verbruikt, waardoor de dimmer altijd genoeg belasting "ziet".

Dit is een klassieke truc in de professionele verlichtingswereld. Het zorgt ervoor dat de dimmer niet in de war raakt door de lage belasting van vijf led-lampen.

Let op: dit verhoogt je stroomverbruik lichtjes, maar maakt de dimmer wel stabiel. Niet alle dimmers zijn geschikt voor moderne led-verlichting. Als je een oude dimmer hebt (van voor 2010), is de kans groot dat deze simpelweg niet compatibel is met vijf led-lampen.

Koop een dimmer die specifiek is ontworpen voor led, met een breed instelbaar vermogen.

Merken als Jung, Gira of Busch-Jaeger hebben high-end dimmers die tot 400 watt kunnen en een minimum hebben van maar 1 watt. Deze zijn vaak duurder, maar ze werken wel. Let op de type-aanduiding: zoek naar "LED dimmer" of "Universele dimmer". Vermijd dimmers die alleen voor halogeen zijn gemaakt, tenzij je een externe voeding (transformator) gebruikt die de belasting stable houdt.

De praktijktest

Wil je weten of het aan de dimmer of de lampen ligt? Doe deze test: Gaat het mis bij de vijfde lamp?

  1. Sluit één lamp aan op de dimmer. Werkt het? Goed.
  2. Sluit een tweede lamp aan. Werkt het nog? Vaak wel.
  3. Voer stapsgewijs de andere lampen toe totdat het misgaat.

Dan is het waarschijnlijk een combinatie van een te lage totale belasting en storing door de drivers. Gaat het mis bij de derde lamp? Dan is de dimmer waarschijnlijk overbelast of niet compatibel met het totaal aantal drivers.

Conclusie

Waarom werkt je dimmer met één lamp en niet met vijf? Omdat dimmers gevoelige elektronica zijn die een stabiele belasting nodig hebben.

Bij één lamp is de belasting simpel en voorspelbaar. Bij vijf lampen ontstaat er een complex samenspel van drivers, condensatoren en faseverschuivingen.

De oplossing is meestal simpel: check het minimum- en maximumvermogen van je dimmer, zorg voor een nuldraad, en gebruik kwalitatief goede lampen van hetzelfde type. Als je dimmer te gevoelig is voor lage belasting, voeg dan een lastweerstand toe of upgrade naar een betere dimmer. Met deze kennis kun je je sfeerverlichting weer stabiel maken. Geen gefriemel meer aan een knop die het maar half doet, maar een soepele dimming van fel naar zacht, ook met vijf lampen tegelijk.


Lars de Vries
Lars de Vries
LED-verlichting specialist en smart home adviseur

Lars adviseert huiseigenaren over de beste slimme LED-oplossingen voor hun woonkamer.

Meer over Hoe dimbare LED verlichting werkt

Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Waarom gewone dimmers niet werken met LED-lampen
Lees verder →